Het onderzoek.

De auteurs zijn het onderzoek naar hun voorouders onafhankelijk van elkaar begonnen. Ton Scheepmaker startte in 1984 met deze hobby en stelde in 1991 de eerste summiere onderzoeksresultaten op schrift in een stamreeks, getiteld "Scheepmaker, van Evert tot Willem" en in een parenteel "Het nageslacht van Willem Scheepmaker en Dina Marthini". Kees Wijnen begon in 1990 met genealogie en heeft behalve zijn vaders geslacht tevens Scheepmaker, de familienaam van zijn moeder, tot onderwerp van zijn onderzoek gekozen.
Begin 1992 kwam een eerste contact tussen beide auteurs tot stand, waarbij bleek, dat Egbertus Scheepmaker (1668 - 1755) een gemeenschappelijke voorvader was. Vanaf dat moment ontstond een intensieve samenwerking en het gezamenlijk onderzoek naar hun Scheepmaker-voorouders werd in 1994 afgerond met de publicatie van het boek SCHEEPMAKER – AMSTERDAM.

Tijdens de speurtochten naar personen met de naam Scheepmaker werden in de archieven nogal wat Scheepmakers gevonden, die niet inpasbaar waren in het geslacht, waartoe de auteurs behoren. De gegevens van die “andere” Scheepmakers werden wèl bewaard en genealogisch gerangschikt. Aanvullend onderzoek was noodzakelijk teneinde ontbrekende schakels op te sporen en essentiële hiaten op te vullen. De overgrote meerderheid van die Scheepmakers bleek te behoren tot één en hetzelfde geslacht, dat niet verwant bleek aan de "Amsterdamse" familie. Ook van deze Scheepmakers werd een genealogie gemaakt, welke in 1998 werd gepubliceerd onder de titel SCHEEPMAKER – KORTENHOEF.

De dan nog resterende Scheepmakers werden opgenomen in de inmiddels verouderde en achterhaalde publicatie SCHEEPMAKER - III (2001).


Uit onderzoek gedurende de daarop volgende periode werd duidelijk dat er nòg een aantal weliswaar kleinere en uitgestorven geslachten Scheepmaker zijn ontstaan. Besloten werd om ook van die families de genealogieën te maken, mits met meer dan twee generaties nakomelingen. Dit werden: SCHEEPMAKER - BEVERWIJK en twee SCHEEPMAKER - AAN DE AMSTEL.

Na het in beeld brengen van de vijf Scheepmakergeslachten, bleef toch nog een aantal data over, dat daarin niet kon worden ondergebracht.
Een selectie hiervan is te zien in Ongeplaatste Scheepmakers.

De belangrijkste bronnen voor het onderzoek waren de (meestal kerkelijke) registers van dopen, trouwen en begraven [DTB, tot ca. 1811] en de registers en bijlagen van geboorte, huwelijk en overlijden [Burgerlijke Stand, vanaf ca. 1811], alsmede zg. secundaire bronnen zoals Oud-Rechterlijke en Notariële Archieven, bevolkingsregisters en persoonskaarten, familiedossiers, collectie's annonces en vele andere.
Naast de gegevens uit deze gangbare bronnen, is ook informatie verwerkt uit FamilySearch op de Internetsite Zoekakten.nl (eerder Genver.nl), Gens Nostra, kwartierstatenboeken van Prometheus, De Indische Navorscher en particuliere genealogische bronnen.

Bronnenonderzoek werd voornamelijk verricht in

  • het Nationaal Archief (voorheen Algemeen Rijksarchief) in Den Haag en de Regionale Historische Centra van vooral de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland,
  • de Gemeentearchieven van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Alkmaar en Haarlem,
  • Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag,
  • het Verenigingscentrum van de Nederlandse Genealogische Vereniging in Weesp (eerder in Naarden en later in Bunnik),
  • het Streekarchief Gooi en Vechtstreek in Hilversum,

en de laatste jaren vooral via internet.

Verder is dankbaar gebruik gemaakt van gegevens, welke door personen uit eigen onderzoek ter beschikking werden gesteld, zoals van R.W.Blom, F.H.Boer, J.A.Brinkman, mevr. M. ter Haak, J.Ph.Lucassen, K.A.Reuvers, mevr. A.H.B.Scheepmaker-Graafmans, J.J.C.Scheepmaker, mevr. J.Sickmann, F.J.Vermeer en N.J.M.Zethof.
Daarnaast werd een groot aantal personen telefonisch of schriftelijk benaderd. Zij hebben niet alleen voor gegevens gezorgd die destijds nog niet openbaar waren en dus nog niet in archieven waren te raadplegen, maar ook completeerden zij de familie-overzichten met de laatste generaties. Deze benadering had verder een belangrijk aandeel in de conclusie dat alle levende personen met de naam Scheepmaker tot slechts twee geslachten behoren.

Scheepmaker Amsterdam.

De oudst bekende voorvader van dit geslacht, Evert Helmasz (Hermansz?), kwam met vrouw en kinderen rond 1600 uit Harderwijk naar Amsterdam. Hij was houtzager (zaagt met de hand planken uit boomstammen voor de bouw van huizen en schepen). Zelfs bijna vier eeuwen later woonden nog nazaten van hem in Amsterdam, waar het merendeel van dit geslacht tot begin 19e eeuw betrokken was bij de scheepsbouw en de scheepvaart.

Pas omstreeks 1780 verlaat voor het eerst een Scheepmaker Amsterdam en trouwt in Bodegraven. Het duurt bijna een eeuw, voordat daarna de volgende Scheepmaker uit Amsterdam vertrekt: hij verhuist in 1874 met zijn gezin naar Den Haag.

De eerste, die naar het buitenland vertrok, werd in 1873 als militair ingescheept naar Batavia. Hij trouwde in Makassar, waar zes kinderen werden geboren. Emigratielanden, waar nu nog ca. 60 "Amsterdamse" Scheepmakers wonen zijn Canada, Brazilië, Australië en Zuid-Afrika.

 Het is niet met zekerheid bekend, waarom in circa 1680 de naam Scheepmaker werd gekozen. Waarschijnlijk was het omdat de vader van de eerste Scheepmaker timmerman was en het lijkt aannemelijk, dat hij in de scheepsbouw werkte.

De naam Scheepmaker werd vroeger vaak op een afwijkende wijze vermeld, maar van deze varianten zijn er in dit geslacht slechts twee officieel geworden toen een definitieve familienaam moest worden aangenomen: Scheepemaker en Scheepmaaker. De laatste Scheepemaker overleed echter in 1922. De tak met de naam Scheepmaaker heeft zich, hoewel beperkt tot maar enkele personen, tot op de dag van vandaag gehandhaafd. Daarnaast is er in Canada een tak, die de naam in Shipmaker heeft veranderd.

Over dit geslacht verscheen in 1994, de datum waarop de genealogie werd afgesloten, het boek Scheepmaker - Amsterdam, een genealogie vanaf omstreeks 1600, met een oplage van 80 exemplaren. In 2013 kwam de laatste herdruk uit (170 blz.).

Behalve de gedetailleerde genealogie vindt men er uitgebreide achtergrond-informatie met illustraties uit o.a. het Stadsarchief Amsterdam, een schematisch overzicht van alle Scheepmakers alsmede schema’s van de voorvaderen met hun beroep en echtgenoten, 80 familie-annonces en andere krantenknipsels vanaf 1867 uit de collectie van het CBG, en tenslotte een index op voornamen van de Scheepmakers en op achternamen van de echtgenoten. Het boek ligt ter inzage bij het CBG, de NGV (Bunnik), Ons Voorgeslacht en het Stadsarchief Amsterdam.

Van het boek is de digitale versie, inclusief aanvullingen (tot 1994) die na 2013 bekend zijn geworden, te zien op e-boek Genealogie Scheepmaker-Amsterdam.
Bovendien is vanaf 1994, de einddatum van de genealogie, van een aantal personen geboorte, huwelijk of overlijden vermeld in Scheepmaker-Amsterdam. Gebeurtenissen vanaf 1994.
Wel zijn in beide documenten om privacyredenen gegevens van (mogelijk) nog levende personen verwijderd.

De bestanden zonder deze privacy-beperkingen zijn voor Scheepmakers van dit geslacht en voor eigen gebruik aan te vragen door een e-mail te sturen naar het contactadres.

Scheepmaker Kortenhoef.

In tegenstelling tot “Scheepmaker - Amsterdam” had de stamvader van dit geslacht al de familienaam Scheepmaker. Hij woonde omstreeks 1600 in Kortenhoef en was watermolenaar. Nog tot acht generaties na hem waren in deze plaats nakomelingen gevestigd.

Buiten Kortenhoef zijn er twee regio's, waar veel "Kortenhoefse" Scheepmakers zijn geboren en ook daar nog wonen: de Zuid-Hollandse Duin- en Bollenstreek en in en om Vlaardingen en Schiedam. Omstreeks 1805 vestigde zich in Noordwijk een Scheepmaker uit Nigtevecht en in het begin van de 20e eeuw kwamen zes Scheepmakers uit Loosdrecht (broers en op één na allen glasblazers) naar de genoemde plaatsen aan de Maas.

Emigratielanden, waar nu nog naar schatting 20 Scheepmakers van dit geslacht wonen, zijn Australië, Canada, en de Verenigde Staten van Noord-Amerika.

In de loop der tijd is ook hier Scheepmaker als familienaam op verschillende manieren geschreven. In twee takken zijn consistent afwijkende schrijfwijzen ontstaan: Schepemaker en Scheepemaker. De laatste Scheepemaker overleed in 1955, zodat nu nog alleen de variant Schepemaker voorkomt (in Nederland, Australië en de V.S.), alsmede een paar personen in Canada die nu Shipmaker heten.

Een bekende telg uit "Scheepmaker - Kortenhoef" is de (sport)journalist, schrijver/dichter en columnist Nico Scheepmaker (1930 - 1990). Hij zou het “Droste effect” en het “scheepmakertje” hebben bedacht. Ook de dichter H.J. Scheepmaker (1921 - 2003) behoort tot dit geslacht. De kroonduif Goura scheepmakeri is vernoemd naar de dierenhandelaar Cornelis Scheepmaker (1838 - 1901).

In 1998, de afsluitdatum van de genealogie, verscheen het boek
Scheepmaker-Kortenhoef, een genealogie vanaf omstreeks 1600.
De laatste herdruk is van 2001 en in 2010 is een Addendum uitgekomen.
De publicatie (181 blz.) bevat behalve de genealogie veel achtergrondinformatie, een schematisch overzicht van alle Scheepmakers, ruim 300 familieadvertenties en krantenartikelen vanaf 1835 uit de collectie van het CBG, en eindigt met een uitgebreide index. Het boek ligt bij het CBG, de NGV (Weesp) en het Streekarchief Gooi en Vechtstreek.

De genealogie is niet digitaal beschikbaar. Wel heeft de heer W.F. Scheepmaker de primaire gegevens uit het boek en het bijbehorende Addendum 2010 volgens het Geneanet-systeem op Internet gezet en bijgehouden. Zijn website is: http://gw.geneanet.org/wscheepmaker

De uitgestorven geslachten.

Van de drie uitgestorven geslachten is, onder andere met een aantal fragment-genealogiën, een eerste aanzet opgenomen in onze publicatie SCHEEPMAKER – III (2001).
Vanaf 2013 hebben wij ons eerder onderzoek verder uitgebreid, voornamelijk met behulp van Genver.nl / FamilySearch.
In 2017 verschenen de laatste digitale versies van de genealogie Scheepmaker – Beverwijk en van de twee genealogiën Scheepmaker – Aan de Amstel.

Enige vergelijkende gegevens

Kortenhoef

<1610

1998

14

1240

Amsterdam

1680

1994

14

454

Beverwijk

1630

1821

6

63

Aan de Amstel A

<1680

1848

5

45

Aan de Amstel B

<1730

1826

4

23

2e kolom:

een ruwe raming van wanneer de naam Scheepmaker werd aangenomen
3e kolom: van de eerste twee genealogieën de afsluitdata; van de uitgestorven geslachten het laatste jaar
(alle genealogieën beginnen omstreeks 1600)
4e kolom: het aantal generaties van de genealogieën
5e kolom: het aantal geboorten in de genealogieën


Een ander inzicht in het verschil in omvang tussen Kortenhoef en Amsterdam geeft de volgende grafiek met het aantal geboorten per generatie.


Bij het geslacht Kortenhoef nam in de 19e eeuw het aantal geboorten sterk toe. Daarna is er een opmerkelijke daling: alarmfase oranje?

Rond de laatste eeuwwisseling leefden wereldwijd ruim 600 Scheepmakers, inbegrepen de varianten Schepemaker, Scheepmaaker en Shipmaker De verdeling is globaal:

NL buitenland wereld

Kortenhoef

360 20 380 

Amsterdam

140 60 200 
___ __ ___ 
500 80 580 

Voor een overzicht van de emigranten, zie: Emigrants